Oorzaken van kanker

Bron Dr. G.R. Rutteman, specialist veterinaire oncologie

 

Wat is kanker
Een kwaadaardige tumor of kanker wordt gekenmerkt door de groei van cellen die schade aanrichten, door ingroei en vernieling van normaal weefsel, en in sommige gevallen ook door de vorming van uitzaaiingen.
Voordat een kanker tot ontwikkeling komt, is er in de cellen altijd sprake van schade aan het erfelijk materiaal (de genen, bestaande uit DNA, en welke liggen op chromosomen).

 

Dergelijke DNA-schade kan worden veroorzaakt door invloeden van buiten (UV-straling, röntgenstraling, rook, sommige virussen) maar kan ook spontaan voorkomen. In het laatste geval wordt bij een celdeling een fout gemaakt bij de verdubbeling van het DNA.
Er ontstaat een spontane mutatie (=verandering). Zie het als een weeffout in een groot tapijt.

 

Meestal worden dergelijke mutaties gerepareerd. Soms blijven ze onopgemerkt voor de in de cel aanwezige “bewakingscamera’s”. Als een dergelijke mutatie dan ook nog ligt op een voor de celgroei kritische plek, is het risico groot dat de cel ontspoort en zich tot tumorcel ontwikkelt.

 

De meeste mutaties ontstaan in lichaamscellen van een individu na de geboorte, spontaan of door factoren van buiten veroorzaakt. Denk bijvoorbeeld aan de gevolgen voor nakomelingen van mensen en “niet te vergeten” dieren, die zijn blootgesteld aan radioactiviteit in de buurt van Tsjernobyl! Daar was immers in 1986 een groot ongeluk met een kerncentrale.
De tumoren die het gevolg zijn van schade van buiten, of van spontane productiefouten,kunnen worden beschouwd als gevolg van toeval oftewel “domme pech”.

 

Af en toe ontstaan mutaties in kiemcellen bij een individu. Als dit individu, mens of dier, zich gaat voortplanten, zal hij/zij aan de nazaten de helft van de chromosomen leveren, voorzien van deze fout.
De andere helft komt van een partner, en meestal zonder deze fout. In de zeldzame gevallen dat van beide ouders een zelfde fout gen geërfd wordt, zal de ontwikkeling van de nakomelingen al tijdens de zwangerschap spaak lopen, en leiden tot abortus / sterfte.

 

Toch is er een groot risico verbonden aan een kiemcelmutatie op een chromosoom afkomstig van één van beide ouders, ook als de chromosomen van de andere ouder foutloos zijn .

 

Hoe komt dit?

Tijdens de groei van mens en dier, vinden er duizenden en duizenden celdelingen plaats. En de kans dat er ergens weer een vergelijkbare ‘weeffout wordt gemaakt’ in één van de gevormde dochtercellen is bijna 100%.
En dan komt er trammelant: zo’n cel is dus dubbelfout, en kent een groot risico zich tot tumorcel te ontwikkelen.

 

Bij de mens wordt geschat dat zo’n 5-10% van alle tumoren op een erfelijke aanleg berust, door een mutatie in een kiemcel, die bij de helft van de nakomelingen terecht komt. Bij de hond zou dat percentage bij sommige rassen wel eens een stuk hoger kunnen zijn

 

Ga met mij mee terug in de tijd: met regelmaat is er al in het verre verleden sprake van het ontstaan van kiemcelmutaties, in een voorouder van nu rondlopende honden. Tumoren zullen er zelden het gevolg van zijn geweest, want deze voorouders werden niet oud. In de huidige tijd worden honden aanmerkelijk ouder.

 

Deze factor alleen zou leiden tot een beperkt percentage dieren dat een tumor krijgt, als gevolg van een erfelijke aanleg. Een werkelijk probleem ontstaat pas, als een dier duchtig de kans heeft gekregen om zich voort te planten. Dit geldt met name de reu, die in potentie de meeste nakomelingen kan krijgen, vergeleken met de teef.
Frequent gebruik van een beperkt aantal reuen voor de fok levert altijd gevaren op, soms terug te voeren op een ‘flessenhals’ in de populatie. Als door oorzaken als oorlog of ziekte de populatie van een ras in ingestort, en bij het weder opbouwen gebruik wordt gemaakt van, bijvoorbeeld, 5-8 reuen, is er een grote kans op het optreden van rasgebonden ziekten.

 

Dat kan zijn een hartziekte of oogaandoening, maar soms is dat kanker. Bij verscheidene hondenrassen komt kanker meer voor dan bij de ‘gemiddelde’ hond. Vaak betreft dit één type kanker.

 

Bekend is dit bij de boxer, de Flatcoated retriever en de Berner Sennenhond. Bij de laatste twee rassen zijn de, bij andere rassen vrij zeldzame histiocytaire sarcomen (kwaadaardige tumor van opruimcellen), tot een plaag geworden, waar 10% of meer van de dieren mee te maken zal krijgen. Een bijzondere vorm van dit histiocytair sarcoom (HS) blijkt bij de eerste symptomen al in meer organen (milt, lever, longen, etcetera) aanwezig te zijn, en wordt dan maligne histiocytose (MH) genoemd.

 

Minder vaak dan bij de Berner Sennenhond en de Flatcoated retriever, maar vaker dan bij overige rassen, wordt HS/MH ook bij Rottweilers en Golden retrievers gezien.

 

De eerste voorzichtige veronderstellingen op basis van tot nog toe uitgevoerd onderzoek, suggereren dat de genetische basis bij de Berner Sennenhond wel eens dezelfde zou kunnen zijn als bij de Rottweiler, en verschilt van de basis bij de Flatcoat.
Als deze veronderstelling klopt, dan hebben we te maken met een aanleg ontstaan in een ver verleden.

 

Een vroege voorouder werd hiermee opgezadeld, die een bijdrage leverde aan de later ontstane Berner Sennenhond en de Rottweiler. Dat moet ergens in de tijd geweest zijn dat de Kaninefaten (tegenwoordig genoemd Cananefaten) aan het bakkeleien waren met de Friezen.


Wat zijn kenmerken bij een tumorziekte, die de kans vergroten dat er een erfelijke, overdraagbare achtergrond bestaat:

 

(1) jongere leeftijd van optreden dan gemiddeld,

(2) relatief hoge agressiviteit,

(3) meer leden in de familie die een dergelijke tumor ontwikkelen en

(4) meer tumoren van het zelfde of een verwant type bij een en dezelfde patiënt.

 

Tumoren bij de hond

Auteur: Maarten Kappen

 

De letterlijke betekenis van tumor is gezwel. Dit zegt niets over goedaardigheid (benigne) of kwaadaardigheid (maligne). Tumoren komen ook bij de hond regelmatig voor. Dit ziekteproces is omgeven met gevoelens van huivering bij de meeste mensen. De laatste decennia is er veel onderzoek verricht op dit gebied, juist ook bij de hond omdat deze voor bepaalde typen kanker fungeert als model voor de humane situatie. In de alledaagse praktijk zien we steeds meer tumoren bij de hond. Dit lijkt te maken te hebben met het feit dat de hondenpopulatie gemiddeld ouder wordt enerzijds, en anderzijds vanwege het feit dat in bepaalde rashondenpopulaties er een (deels) genetische basis lijkt te zijn voor sommige vormen van kanker. Daarnaast zijn de diagnostische mogelijkheden groter geworden.

 

Wat is kanker?

 

Simpelweg kun je spreken van een ongeremde en verwoestende celgroei in bepaalde weefsels of organen. Dit kan op vele manieren veroorzaakt worden. Het kan zich ook voordoen op veel verschillende wijzen. Het kan langzaam of snel uitbreiden. Het kan het gehele lichaam beïnvloeden of slechts plaatselijk voor overlast zorgen. Het komt voor op alle leeftijden, weliswaar met een sterke kansverhoging voor het oudere dier. Er blijft echter steeds een gemeenschappelijk kenmerk: er vindt ongeremde celgroei plaats.


De gevolgen voor het lichaam zijn afhankelijk van een aantal factoren. Belangrijkste is het type tumor, uit wat voor soort cel komt hij voort? Dit bepaalt heel sterk zijn verdere eigenschappen zoals groeisnelheid, mate van uitzaaiing en bijkomende ziekmakende eigenschappen. Daarnaast is er de plaats van voorkomen. Deze is medebepalend voor het soort afwijkingen die we bij de patiënt kunnen zien. Bijvoorbeeld een snelgroeiende tumor van de hersenen of steunweefsels in de schedel zal zeer waarschijnlijk allerlei gedragsveranderingen induceren, terwijl een simpele wrat in de huid alleen cosmetische bezwaren oplevert. Maar ook de algehele conditie van de hond is van belang voor zijn reactie op de tumorgroei. Met name bij de oudere hond is dit het geval, waarbij allerlei lichaamsfuncties verminderd kunnen zijn. Het ontstaan van kanker heeft alles te maken met een verandering in het gedrag van cellen. De informatie hiervoor is gelegen in het DNA. Door middel van een complex proces worden van hieruit boodschappen gestuurd naar de onderdelen en functies van de cel. Allerlei stappen in dit proces kunnen misgaan.

 

De diverse oorzaken van kanker zijn:

 

  1. Genetische afwijkingen; bij de mens geeft men aan dat minimaal 10% van alle kankergevallen een afwijkend genetisch patroon heeft als gevolg van mutaties in het DNA. Bij de hond moet men denken aan de verhoogde gevoeligheid voor het ontstaan van bepaalde typen tumoren in bepaalde rassen. Een voorbeeld hiervan is de maligne histiocytose bij de Berner Sennenhond. Dit is een ontsporing van een bepaald type ontstekingscel met uiteindelijk een zeer slechte prognose. Een ander voorbeeld is het osteosarcoom, een kwaadaardig gezwel uitgaande van het bot, bij bepaalde grote rassen, zoals de Mastiff en de Duitse Dog komt dit nogal eens voor. Dit type kanker heeft ook een zeer slechte prognose.
  2. Chemische stoffen die het DNA kunnen beschadigen, of aanzetten tot mutaties, en aldus het ontstaan van kanker bevorderen. Bijvoorbeeld gifstoffen in het milieu of voedsel en bijvoorbeeld het roken bij de mens. Veelal langdurige blootstelling aan deze factoren geeft een verhoogd risico.
  3. Hormonen. Bekend inmiddels is dat bij tumoren van de geslachtsorganen en prostaat, de melkklieren, de baarmoeder, de schildklier en ook bot, de diverse hormonen een belangrijke rol spelen. Voorbeeld bij de hond is de in eerste instantie goedaardige prostaatvergroting die ontstaat met het ouder worden onder invloed van onder andere het mannelijk geslachtshormoon testosteron. Een ander voorbeeld is de teef, waarbij is aangetoond dat een castratie op een leeftijd voor de eerste loopsheid het risico op melkkliertumoren sterk verkleind. Deze melkkliertumoren zijn bij de teef de meest voorkomende kankergroep en een belangrijke doodsoorzaak op latere leeftijd. Ook middelen toegediend ter onderdrukking van de loopsheid (synthetische progestagenen) verhogen het risico op tumorvorming.
  4. Ioniserende straling, zoals gamma of röntgenstraling, of radioactieve straling. Ook ultraviolette straling kan een tumorstimulerend effect hebben, met name op bepaalde huidgezwellen. Bekend bij de mens is het huidcarcinoom, een kwaadaardig gezwel van de opperhuid, die sterk beïnvloed wordt door de hoeveelheid en intensiteit van UV-straling tijdens het leven.
  5. Infecties die kunnen leiden tot tumoren. Een aantal virusinfecties kunnen hiervoor verantwoordelijk zijn. Een relatief goedaardig voorbeeld is het papilloma-virus bij de hond. Dit virus veroorzaakt wratten vooral op het hoofd en in de bek. Je kunt ze ook zien op de tong, in de mond, op de oogleden etc. Vooral de mogelijkheid tot beschadiging en daardoor bloedingen maakt het een vervelende aandoening. Vaak gaat het vanzelf over. Daarnaast heeft het verwijderen van een aantal van deze wratten meestal het gevolg dat de rest uiteindelijk ook vanzelf verdwijnt.
  6. Bij de kat kennen we het leukemievirus; hierbij kunnen verschillende vormen van kanker aan de witte bloedcellen ontstaan.
  7. Direct contact met verschillende vreemde stoffen. Deze groep geeft momenteel aanleiding tot veel discussie. Deze tumoren kunnen zich voordoen rond geïmplanteerde platen of schroeven bij breuken, rond pacemakers bij de mens, na inentingen met bepaalde vaccins of medicijnen. Ook asbestreacties in de longen moet men hieronder scharen. Vreemd lichaam reacties door materiaal wat na trauma in het lichaam achterblijft, zoals stukjes hout, kogels etcetera kunnen ook verhoogde kans op tumorvorming geven. Er ontstaat een uitgebreide ontstekingsreactie ten gevolge van de specifieke stoffen welke leidt tot bepaalde typen tumoren.
  8. Restgroep met allerlei verschillende oorzaken. Bij de hond is er een parasiet, een soort wormpje, dat incidenteel in de maag en slokdarm gevonden wordt, de Spirocerca Lupi. Deze kan specifieke woekeringen induceren.

 

Diagnostiek en behandeling.

 

Het onderzoek van de patiënt met kanker verloopt via een aantal hoofdlijnen. We willen allereerst weten met wat voor type tumor we te maken hebben. Daarnaast hoe groot de tumor is, en of deze goed afgegrensd is van de omgeving. Dit noemt men stagering. Bij sommige vormen van kanker kun je ook nog een onderscheid maken hoe diep ze groeien. Het voorkomen op andere plaatsen naast de oorspronkelijke noemt men uitzaaien of metastaseren. Als je vaststelt dat er metastasen zijn in het aangrenzend weefsel, lymfklieren, lever, longen, of ander weefsel, dan zegt dat iets over de kwaadaardigheid van de tumor. Ook de behandelingsmogelijkheden waar we uiteindelijk voor kiezen zijn hiervan afhankelijk.

 

De conditie van de hond kan een aanwijzing geven voor het stellen van de diagnose, en is daarnaast vaak een belangrijk gegeven bij de beslissing te behandelen en soms zelfs of er wel behandeld moet worden. De meeste tumoren komen voor bij de oudere hond, die toch al diverse typische gezondheidsproblemen kan hebben. Het beeld kan door deze gezondheidsproblemen sterk vertroebeld worden. Honden kunnen de neiging hebben om minder vlot mee uit te gaan vanwege ouderdomsartrose, maar ook vanwege een onderliggende tumor.

 

Uitgebreide tumorgroei gaat gepaard met een groter verbruik van eiwitten, vetten en koolhydraten. Vermagering en slechte algehele conditie gaan dan opvallen. Sommige typen kanker geven echter specifieke lichamelijke afwijkingen die direct aan de tumor gerelateerd zijn. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan bepaalde typen testikeltumoren die vrouwelijk geslachtshormoon produceren. Bij deze patiëten kun je vergroting van melkklieren en tepels, huidveranderingen etc. zien (het zgn. feminisatiesyndroom). Je kunt ook denken aan simpele gegevens als kreupelheid bij een tumor in een van de beenderen, of benauwdheid en hoesten in geval van een longtumor. Andere vormen van kanker geven door hun langzame groei of geringe omvang niet of nauwelijks merkbare veranderingen in de algemene conditie van de hond.

 

Een veel in de praktijk gehoorde gedachte van de eigenaar van de hond is dat toch in het bloedonderzoek duidelijk naar voren moet komen of de hond kanker heeft of niet. Dit is een misvatting; er is geen selectieve test voor kanker in het algemeen. Je kunt soms wel afwijkende typen bloedcellen tegenkomen in geval van witte bloedcel kanker.

 

Het belangrijkste middel om te komen tot een diagnose is de beoordeling van een stukje weefsel uit het verdachte proces. Het uitnemen van een stukje weefsel noemt men een biopsie. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Het eenvoudigst is het opzuigen met een spuit en naald van een hoeveelheid cellen uit het van kanker verdachte proces. De beoordeling van deze cellen vindt plaats door een patholoog. Je kan ook een (groter) stukje weefsel verwijderen, zoals met name gebeurt bij van kanker verdachte huidletsels. Bij een operatieve verwijdering van het hele proces kun je achteraf een stukje weefsel opsturen naar de patholoog ter beoordeling. Ook lymfklieren, die een rol spelen in de eerste verdedigingslinie tegen verspreiding van tumorcellen worden in de praktijk veelvuldig gebiopteerd. Dit geeft dan weer een indruk over de mate van uitzaaiing. Overigens veroorzaakt het nemen van een biopsie geen vermindering van levensduur van de patiënt, zoals men nogal eens denkt.

 

Naast de biopsie, of beter gezegd voor de biopsie, dient een uitgebreid lichamelijk onderzoek plaats te vinden, waarbij ook het verhaal van de eigenaar van de hond zeer belangrijk is. (Hoe lang bestaan de klachten, is de hond sterk vermagerd en zo ja binnen welke tijd etc.) Het onderzoek van de lymfklieren, die op specifieke plaatsen in het lichaam aanwezig zijn, ook uitwendig, en die vergroot kunnen zijn bij kanker heeft onze speciale aandacht. Aanwijzingen voor eventuele metastasen kan men krijgen door het luisteren naar de longen met de stethoscoop en het voelen in de buik of er bepaalde abnormale diktes aanwezig zijn. Uitgebreid bloedonderzoek en urine onderzoek geven een goede indruk over diverse inwendige functies met name die van lever en nier, en het celbeeld in het bloed. Röntgenfoto's van de longen zijn zeer belangrijk voor het vaststellen van eventuele primaire tumoren of metastasen.

 

Als we vervolgens de diagnose kanker hebben gesteld, het type tumor kennen, en weten of er metastasen aanwezig zijn, dan kunnen we een behandelingsstrategie uitstippelen en dit bespreken met de eigenaar van de hond. Dit kan variëren van het simpel onder lokale verdoving wegbranden van een wrat, tot het langdurig met celremmende middelen nabehandelen van de hond na een operatie waarbij we het grootste deel van de tumor chirurgisch verwijderd hebben. Ook euthanasie van de (oude) hond met een te ver voortgeschreden vorm van kanker, met langdurige en/of ernstige pijn, is een reële optie. De wensen en mogelijkheden van de eigenaar spelen hierbij een grote rol.


 

   Stichting FICCA   –  Vecht tegen kanker bij honden